Genesis 4:7b Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen.

Een waarschuwing die aan dovemansoren is gericht, de zonde wordt uitgevoerd met als gevolg dat de straf die op de zonde staat wordt ingevoerd. Voor ons die geloven, is het welbekend dat God waarschuwt om niet de weg van de zonde op te gaan, zijn woord is boordevol van oorzaak en gevolg. Het goede en het kwade heeft beiden gevolgen, het goede brengt de zegen van God, het kwade de vloek, waarin God zijn aangezicht verbergt, zodat de dood zijn intrede doet. God vrezen is heel bewust erkennen dat Hij Zich nooit met zonde zal inlaten, Hij kan Zich daar niet aan verbinden, in Hem is in het geheel geen duisternis. Luisteren en alles op alles zetten om weerstand te bieden aan zonde, is alleen mogelijk in volkomen afhankelijkheid van Hem die onze zonden heeft gedragen. De zonde die als een belager aan de deur staat, heeft geen schijn van kans meer in Jezus.

Romeinen 6:12 Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen,

Een koning wil gediend worden, hij wil heersen over zijn onderdanen, en zal dat ook opeisen in allerlei vormen. Het is aan ons te leren ongehoorzaam te worden aan dat waar wij van nature gehoorzaam aan zijn, en daarvoor in de plaats, leren om gehoorzaam te worden aan God. Hem dienen door genade, maakt dat zonde geen heerschappij meer kan voeren, wij zijn immers met Christus gestorven en mogen in nieuwheid des levens wandelen. Het geheimenis is groot, dood zijn voor de zonde, maakt, dat wij levend zijn voor God in Christus Jezus, zijn Zoon.

Johannes 8:34-35 Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde. En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de zoon blijft er eeuwig.

Gods wet, alleen een zoon kan erfgenaam zijn, een slaaf staat daarbuiten, het is dus zaak om ernst te maken met het afleggen van welke zonde ook. God geeft zijn tucht en behandelt ons als zonen, met als doel dat wij beelddragers worden van zijn Zoon. Opvoeding door God zelf gegeven is een heerlijk voorrecht, al brengt het in eerste instantie geen vreugde maar smart, maar na oefening wordt het als Gods liefde ervaren, zodat dankbaarheid voor eeuwig plaats kan vinden. Daar zal God alle tranen afwissen, en eeuwige troost verlenen in zijn Vaderhuis.

Spreuken 12:28 Op het pad der gerechtigheid is leven, maar de weg der zonde voert ten dode.